Vereniging Yogadocenten Nederland - Kies voor kwaliteitsyoga

Beroepscode Yogadocenten

Voor leden en aspirant leden van de Vereniging Yogadocenten Nederland is er een beroepscode die gebaseerd is op vier basisregels.
Deze beroepscode beschermt de yogadocenten en hun cursisten tegen onjuist handelen. En helpt ook bijvoorbeeld artsen die patiënten adviseren op yogales te gaan.

Waarom een beroepscode voor yogadocenten

Bij oosterse meesters is dat nooit gebruikelijk geweest, omdat daar nooit zo’n groot aantal yogadocenten is geweest dat men kon spreken van een beroepsgroep. De meesters bewaakten de traditionele leer op hun eigen manier. Doordat zij zeer hoge eisen stelden aan hun leerlingen hadden zij doorgaans maar weinig leerlingen. De technieken werden bijna uitsluitend mondeling en op voorwaarde van strikte geheimhouding aan deze leerlingen toevertrouwd. Pas in de vorige eeuw werden voor het eerst enkele Engelse kolonisten als leerling toegelaten. Deze kolonisten hebben over yoga geschreven en er zo in het Westen bekendheid aan gegeven.

Op dit moment kan iedereen yogales geven. Er zijn in Nederland honderden yogadocenten, al dan niet met een verantwoorde opleiding. Ook  zijn er steeds meer mensen die omschreven verwachtingen hebben van yoga en er zijn er ook artsen die patiënten adviseren op yogales te gaan. Dat betekent dat yoga steeds meer een plaats binnen de welzijnszorg, maar ook binnen de gezondheidszorg in Nederland inneemt. Binnen dit kader is ‘het geven van yogalessen’ een beroep geworden. Daarom is het belangrijk een norm te stellen, waaraan de yogadocent en de relatie tussen leraar en zijn leerlingen dient te voldoen. Een beroepscode beschermt de yogadocenten en hun cursisten tegen onjuist handelen op dit gebied.

Basisregels

Deze beroepscode is gefundeerd op vier basisregels, waaraan het gedrag van een yogaleraar ten opzichte van zijn leerlingen getoetst dient te worden.

Deze basisregels zijn:

  1. Een yogadocent dient zich erop te richten zijn leerlingen te ondersteunen in hun groei door het aanbieden van een evenwichtige, ook voor de westerse mens aanvaardbare, vorm van de klassieke yoga.
  2. Een yogadocent dient zijn leerlingen met respect te bejegenen.
  3. Een yogadocent mag geen onderricht geven ter zake waarvan hij niet deskundig is, c.q. niet voldoende is opgeleid.
  4. Een yogadocent mag geen misbruik maken van het overwicht dat voortvloeit uit zijn positie als leraar.

Deze basisregels zijn in de beroepscode hieronder nader omschreven en uitgewerkt. In alle gevallen, waarin niet is voorzien, dient de leraar te handelen in de geest van deze beroepscode. Deze beroepscode is bindend voor leden, geassocieerd leden en voorlopig geassocieerd leden van de VYN.

De beroepscode is slechts bindend voor de leden van de Vereniging Yogadocenten Nederland. Daar staat tegenover dat juist daardoor deze leden iets voor hebben op niet leden, omdat de beroepscode ook aan cursisten, medici, paramedici en regeerders, duidelijk omschreven garanties biedt ten aanzien van het yogaonderricht dat door leden van de VYN wordt gegeven.

De beroepscode

  1. Een yogadocent dient zijn cursisten met respect tegemoet te treden en hun maatschappelijke, culturele en religieuze opvattingen te eerbiedigen.
  2. Een yogadocent dient de eigen beleving, mogelijkheden en grenzen van zijn cursisten te eerbiedigen.
  3. Een yogadocent dient de grenzen van zijn eigen deskundigheid in acht te nemen. Hij dient na te laten als autoriteit op te treden in zaken die niet tot zijn professionele deskundigheid behoren, maar die de begeleiding van een andere deskundige, b.v. een geestelijke, een psycholoog of een arts behoeven.
  4. Een yogadocent mag in de uitoefening van zijn beroep geen misbruik maken van een overwicht dat uit zijn positie als yogadocent voortvloeit.
  5. Een yogadocent mag in geen geval een cursist dwingen of dwingend aansporen een bepaalde houding of oefening uit te voeren. Een cursist dient te allen tijde vrij te zijn een houding of oefening niet uit te voeren, dan wel eerder te beëindigen, zonder daarvan enige verklaring af te leggen.
  6. Een yogadocent dient zich bewust te zijn van zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van zijn cursisten.
  7. Een yogadocent mag geen praktijken toepassen die lichamelijke en/of geestelijke schade kunnen berokkenen aan zijn cursisten in het algemeen, c.q. aan een van hen in het bijzonder.
  8. Een yogadocent dient te wijzen op mogelijk nadelige effecten van bepaalde houdingen of oefeningen bij bepaalde klachten.
  9. Een yogadocent dient de cursisten te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid t.a.v. de belasting en de intensiteit bij het uitvoeren van de oefeningen.
  10. Een yogadocent mag geen houdingen of oefeningen laten uitvoeren, waarvan hij de gevolgen niet of onvoldoende kan overzien.
  11. Een yogadocent mag geen gespecialiseerde yoga geven als hij daartoe niet is opgeleid.
  12. Een yogadocent dient zich op de hoogte te stellen van de gezondheidstoestand van de cursist. Indien van belang voor het beoefenen van yoga, dient hij met de cursist te bespreken of het advies van een medicus gewenst is.
  13. Een yogadocent dient de voorwaarden waaronder de yogalessen worden gegeven van te voren aan de cursisten duidelijk te maken.
  14. Als een yogadocent kennis neemt van vertrouwelijke feiten van een cursist, zal hij de vertrouwelijkheid van deze gegevens te allen tijde dienen te respecteren. Indien hij het, in het belang van de cursist of diens omgeving, aangewezen acht anderen van deze feiten in kennis te stellen, dient hij van te voren de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken cursist te hebben verkregen, zowel over de inhoud van de mee te delen feiten, als over de personen die hiervan op de hoogte gesteld worden.
  15. Een yogadocent dient zijn deskundigheid in stand te houden en te ontwikkelen. Hij dient daartoe minstens eenmaal per jaar bijscholing te volgen, zoals bedoeld in art. 3.1.3 van het Huishoudelijk Reglement.
  16. Een yogadocent mag het niet doen voorkomen alsof zijn benadering de enig juiste zou zijn.
  17. Bij geschillen tussen docent en cursist dient de yogadocent te wijzen op de klachtenregeling van de VYN.
  18. Yogadocenten dienen elkaar met respect en collegialiteit te bejegenen.

NB: Daar waar in de tekst gesproken wordt van ‘yogadocent’ en ‘hij’ wordt tevens bedoeld ‘yogadocente’ en ‘zij’. Hetzelfde geldt voor de term ‘cursist’ en ‘hij’; ook hier kan worden ingevuld ‘cursiste’ en ‘zij’.